Didactiek speelt een belangrijke rol bij synchroon hybride onderwijs. Het zorgt ervoor dat studenten actief betrokken blijven en dat er interactie tussen verschillende groepen kan ontstaan.
Wat houdt het in?
Hybride onderwijs vergt andere didactische keuzes en vaardigheden. De kernvraag is welke leeractiviteiten en werkvormen het meest effectief en efficiënt zijn om de leerdoelen te bereiken. De nadruk moet liggen op de interactie tussen de docent en studenten, tussen de onsite en online studenten en het onderwijsmateriaal (Wopereis, 2023). Dit onderwijs heeft een aantal uitdagingen: het doet een beroep op de didactische en technologische kennis en vaardigheden van de docent. De docent moet in staat zijn werkvormen te kiezen die activerend zijn, motivatie en binding verhogen. Tot slot het leren aandacht te verdelen tussen onsite aanwezige studenten en de online aanwezige studenten.
Richtlijnen voor de uitvoering
De richtlijnen zijn opgesplitst in zes onderdelen. Allereerst een aantal richtvragen die kunnen helpen bij het ontwerpen en kiezen van de geschikte didactiek. Bij algemeen staan meer algemene didactische aanwijzingen om een synchroon hybride sessie zo soepel mogelijk te laten verlopen. Gevolgd door een aantal tips. De andere onderdelen richten zich op het belang van activerende werkvormen, betrokkenheid en mede-eigenaarschap.
Richtvragen
Bij het uitwerken van het didactisch ontwerp van een bijeenkomst kunnen de volgende vijf vragen helpend zijn om de meest geschikte didactische keuzes te maken:
- Welk scenario is het meest geschikt? Houd hiermee rekening hoe de synchrone hybride contactmomenten zijn verspreid over de tijd.
- Hoe groot is de groep studenten en de verdeling tussen onsite en online aanwezigheid?
- Om welke theorie gaat het? Ligt de nadruk op kennisoverdracht, het demonstreren van een handeling, het toepassen van kennis op casuïstiek?
- Welke theorie kan voorafgaand het contactmoment, asynchroon worden aangeboden?
- Welke activerende werkvormen zijn geschikt? Houd hier rekening met de groepsgrootte, onsite-online verdeling, soort theorie en de eigen ervaring met de werkvorm.
Algemeen
- Start het contactmoment met algemene afspraken. Zoals: voor de online studenten de camera aan en geluid op mute, het gebruik van de chat, een procedure voor het geven van reactie en het stellen van vragen.
- Stel een moderator aan die de chat in de gaten houdt. Dat kan een tutor zijn maar ook een student of een student-assistent. Maak afspraken over hoe de moderator jou als docent op de hoogte brengt van vragen of opmerkingen in de chat.
- Het risico van hybride onderwijs is dat de docent vergeet de online studenten erbij te betrekken. Neem in de presentatie (zoals een PowerPoint) een aantal slides op waarop staat ‘inbreng online studenten’.
- Besteed ruim aandacht aan het creëren van een veilig en stimulerend leerklimaat. Meer hierover lees je in de volgende hoe.
- Maak al vroeg in de onderwijsbijeenkomst gebruik van breakout-rooms of een activerende werkvorm. Dit stimuleert de online studenten om deel te nemen en verlaagt zo voor hen de drempel om actief deel te nemen aan het synchrone contactmoment.
- Houd alle studenten alert en betrokken door bijvoorbeeld na een uitleg of demonstratie, actief de beurt te geven aan een student (let wel of dit veilig genoeg is voor de student). Je kunt bijvoorbeeld vragen om een samenvatting of een reactie te formuleren op datgene wat aan bod is gekomen.
- Bij plenaire instructie gevolgd door werken in een break-out-room: zet de instructie vooraf klaar in de break-out-room zodat studenten deze nogmaals kunnen lezen en wijs hen op deze mogelijkheid.
- Geef, om actieve deelname te stimuleren, korte opdrachten die uitgewerkt moeten worden in een break-out-room.. Je kan ook werken met de quizzen of polls om de studenten actief te betrekken.
Tips
- Indien mogelijk: start met een fysieke bijeenkomst aan het begin van een cursus. Het blijkt uit ervaringen opgedaan bij de OU, dat dit een positief effect heeft op de deelname aan de online hybride bijeenkomst.
- Nog weinig ervaring met synchroon hybride onderwijs? Start met een kleine groep studenten en kies voor een korte sessie over één onderwerp. Gebruik een bekende werkvorm die je goed beheerst.
- Denk aan voldoende korte momenten met name voor de online studenten, om even te ontspannen. Dat kan met humor, maar ook een mini-break of een luchtige activiteit (zoals een kort spelletje).
- Las voldoende korte pauzes in, zeker als een bijeenkomst langer dan één uur duurt.
Activerende werkvormen en interactie
De Open Universiteit wordt gekenmerkt door activerend, academisch afstandsonderwijs. Op didactisch vlak heeft dit invloed op de werkvormen die er gekozen worden. Door actief met kennis en vaardigheden aan de slag gaan, vindt betere verwerking plaats en wordt leren geoptimaliseerd. Activerend onderwijs betekent ook dat studenten de mogelijkheid krijgen zelfstandig aan de slag te gaan om de leerdoelen te bereiken. Dat kan zowel individueel als in groepsverband.
Bij activerende werkvormen gaat het om werkvormen waarmee studenten worden aangezet om activerende strategieën toe te passen, waarbij zij genoodzaakt zijn om zelf een deel van de leerstof te produceren. Hierdoor moeten zij extra inspanningen leveren bij het leren en daardoor begrijpen en onthouden zij de leerstof beter, ook in nieuwe contexten (Surma, 2019). Er is een grote variatie aan concrete activerende werkvormen beschikbaar en het hangt van de studenten, de leerstof, de leerdoelen en de leercontext af welke werkvormen het meest geschikt zijn. Hieronder enkele tips die je kunnen helpen met het adequaat selecteren van werkvormen:
- Gebruik van doelgerichte, betekenisvolle opdrachten;
- Interactie, samenwerking en verbondenheid;
- Zelfverantwoordelijk leren.
Vanwege de combinatie tussen onsite en online aanwezige studenten, zijn niet alle werkvormen even geschikt. Hieronder staan een aantal tips met links naar werkvormen uit de Didactiekwijzer.
- Maak korte kennisclips om theorie uit te leggen. In een break-out-room bekijken de studenten de kennisclip en maken ze een opdracht. Stel kleine groepjes studenten samen van zowel onsite als online studenten.
- Kennisclips die theorie behandelen kunnen door studenten idealiter voorafgaand (individueel en asynchroon) bekijken en eventueel gekoppeld daaraan een opdracht maken. Tijdens het hybride contactmoment benut de docent de tijd om theorie (en de gemaakte opdracht) verder te verdiepen bijvoorbeeld door het toepassen van de theorie op een actueel dilemma of casus. Leer meer over de flipping classroom en het werken met een actueel dilemma. Op deze manier kan het contactmoment optimaal benut worden, omdat de voorkennis reeds geactiveerd is.
- In plaats van online studenten hun reactie te laten typen in de chat, is het ook mogelijk om aan hen te vragen een voorwerp te gebruiken. Bijvoorbeeld: de docent stelt een vraag en de online studenten laten een rode of groene kaart zien (‘rood’ voor niet-eens en ‘groen’ voor mee-eens). Leer meer over de werkvorm ‘Petje op, petje af'.
- Stimuleer interactie tussen de onsite en online studenten. Bijvoorbeeld door kleine groepjes samen te stellen waar zowel onsite als online studenten aan deelnemen, waarin ze gezamenlijk werken aan een opdracht. Enkele werkvormen die die hierbij passen zijn het ‘Wereldcafé’ waar onsite en online studenten in een break-out-room gezamenlijk een thema bespreken of Aan de slag! (professionele gespreksvoering) waar studenten oefenen met het voeren van communicatieve vaardigheden en professionele gesprekvoering. Meer werkvormen kan je terugvinden in de Didactiekwijzer (Tip: gebruik de filters om gericht op zoek te gaan naar werkvormen).
Betrokkenheid verhogen van alle studenten
Volgens de zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan (2000) is verbondenheid, naast een gevoel van competentie en autonomie, een basisbehoefte van mensen. Als aan alle drie die basisbehoeften is voldaan, versterkt dit de (autonome) motivatie in alle leercontexten, dus ook de online leercontext. Motivatie kan op zijn beurt, in combinatie met andere factoren, bijdragen aan diepgaand leren. Ga dus binnen het digitale onderwijs op zoek naar alle mogelijke vormen van interactie en zorg dat studenten jou kunnen zien en jij de studenten kan zien tijdens de synchrone lesmomenten, want dit verhoogt de betrokkenheid of meer bepaald de ‘sense of belonging’. Wanneer er studenten deelnemen die ook in fysiek op de campus aanwezig zijn, kan je hen vragen hun camera uit te zetten zodat enkel de mensen die online aansluiten zichtbaar zijn. Let er hierbij wel op dat de studenten die ook fysiek in het lokaal zitten, hun microfoon en luidsprekers dempen zodat er geen echo ontstaat.
Benut daarnaast de synchrone momenten om in dialoog te gaan, vragen te stellen en te beantwoorden, te peilen naar hun mening en voorkennis met behulp van quizzen, polls, reflectiemomenten en/of het gebruik van de Whiteboardfunctie. Synchrone bijeenkomsten kunnen ook heel waardevol zijn in kader van het bespreken van feedback. Mondelinge toelichting op feedback geven komt immers persoonlijker over dan dit schriftelijk te doen. Tenslotte kunnen synchrone bijeenkomsten ook gebruikt worden om in groepen samen te werken aan opdrachten. Tip: maak heterogene groepjes van studenten die online of fysiek deelnemen en laat ze werken met tools zoals een Whiteboard. De break-out-rooms kunnen ook een alternatief bieden, mits duidelijke afspraken over de terugkoppeling gemaakt worden (bijv. wie neemt notities, wie doet de plenaire terugkoppeling, etc.).
Mede-eigenaarschap
Synchroon hybride onderwijs kent de nodige uitdagingen. Zowel voor de studenten die veel meer aangewezen zijn op zelfsturing als voor de docenten die met alle nieuwe technologische tools moeten experimenteren. Studenten hebben ondersteuning nodig bij zelfsturing, maar laat ook jezelf als docent ondersteunen. Iedereen moet uit zijn/haar comfortzone treden en het gevaar is dan dat je toch de veiligste manier van lesgeven zal overwegen zonder te veel interactie en quizzen. Geef je studenten mede-eigenaarschap over je les door hen beurtelings de verantwoordelijkheid te geven als de vragen in de chat op te volgen, deze ook te modereren en mee te denken bij technische problemen binnen het gebruikte platform (Zydney, McKimm, Lindberg, & Schmidt, 2019).
Referenties
- Academische Zaken (2021). Het OU-onderwijsmodel: Activerend Academisch Afstandsonderwijs. Open Universiteit.
- Heilporn, G., Lakhal, S., & Bélisle, M. (2021). An Examination of teachers’ strategies to foster student engagement in blended learning in higher education. International Journal of Educational Technology in Higher Education, 18(25), XX
- Post, M. (2021). Goed hybride onderwijs – tips en tricks [Webinair]. Surf. Tips voor goed hybride onderwijs - Highlights uit het webinar op 12 maart 2021 | SURF Communities
- Raes, A., Detienne, L., Windey, I., & Depaepe, F. (2020). A systematic literature review on synchronous hybrid learning: gaps identified. Learning Environments Research, 23, 269-290.
- Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78. https://doi.org/10.1037/0003-066x.55.1.68
- Surma, T., Kirschner, P., Camp, G., Vanhoyweghen, K., Muijs, D., & Sluijsmans, D. (2019). Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek. Ten Brink Uitgevers.
- Wopereis, I. (2023). Synchroon onderwijs bij de Open Universiteit. Open Universiteit.
- Zydney, J. M., McKimmy, P., Lindberg, R., & Schmidt, M. (2018). Here or there Instruction: Lessons learned in implementing innovative approaches to blended synchronous learning. TechTrends, 63(2), 123–132. https://doi.org/10.1007/s11528-018-0344-z