Docenthandleiding DLWO

Actuele dilemma's

Aangepast op

Introductie

Startpunt is een actueel dilemma uit het vakgebied waar tegenstrijdige standpunten over zijn. De student werkt in een subgroep waar men (één van) de standpunten met feiten en argumenten onderbouwt gevolgd door een plenaire discussietijdens het contactmoment. Met name complexe dilemma’s zijn hiervoor geschikt. 

Opbrengst

Deze werkvorm is geschikt om een student tegenstrijdige standpunten over een dilemma te laten beoordelen. Een student leert zowel argumenten vóór als tegen te formuleren op basis van feiten. Om argumenten te formuleren zal de student essentiële informatie uit het dilemma halen en de theorie toepassen om tot argumenten te komen voor het standpunt. Door argumenten op te stellen met behulp van de theorie zullen studenten redeneren waardoor studenten zich bewust worden van eventuele verbanden en relaties tussen (delen van) de theorie. De werkvorm doet hiermee een beroep op de niveaus toepassen en analyseren van Bloom. Doordat de student op voor het opstellen van argumenten (actief) met de theorie aan de slag gaat zal de student de theorie ook beter onthouden en begrijpen (van Oosterzee et al., 2022).
 
Daarnaast kan de werkvorm bijdragen aan het stimuleren van gevoelens van binding tussen studenten onderling en tussen docent en studenten. Tijdens het contactmoment zullen studenten met elkaar samenwerken bij het uitwerken van standpunten. Ook is de docent aanwezig, waardoor deze meer een gezicht krijgt in de cursus.
 
Voor de variatie: Wanneer de student een oordeel geeft over wat het sterkste of zwakste argument is, wordt er ook een beroep gedaan op het niveau evalueren van Bloom. Door deze variatie wordt de student geprikkeld om kritisch naar de argumenten te kijken en zal de student zich bewust worden van eventuele onjuistheden of gaten in de argumentatie en kan deze suggesties doen om tot een juiste argumentatie te komen.  
 
Voor de variatie: Door studenten de mogelijkheid te bieden om zelf een actueel dilemma te kiezen of een dilemma uit de werkpraktijk mee te nemen creëert de docent een mogelijkheid om de taak voor de student te personaliseren. Het aanbieden van een betekenisvolle, authentieke context bij het verwerken van de theorie kan de studiemotivatie van de student verhogen.  

Wat doet de docent?

  1. De docent zoekt een actueel en complex dilemma dat binnen het vakgebied speelt. Het dilemma moet tenminste twee tegenstrijdige standpunten bevatten. Denk aan een dilemma in een artikel, nieuwsbericht, podcast, video en dergelijke. 
  2. Afhankelijk van het dilemma, de complexiteit ervan en het aantal tegenstrijdige standpunten, maakt de docent voor elke groep een breakout-room aan in Kaltura of een aparte tafel (indien onsite). 
  3. Bij de start van het contactmoment introduceert de docent eerst plenair het dilemma en deelt vervolgens de groepen in en instrueert de studenten: elke groep werkt een standpunt uit, met de argumenten en eventueel kritische vragen, in één gezamenlijk document.
  4. De docent bespreekt plenair met alle groepen naDit kan bijvoorbeeld via een discussie, waarbij de docent zorgt voor structuur, eventueel doorvraagt en de tijd bewaakt. Bij een klein aantal groepen kan iedereen hieraan deelnemenEen andere optie bij vijf of meer groepen is dat de docent in samenspraak met de studenten, een aantal argumenten uitkiest voor de nabespreking. 
  5. De docent noteert de belangrijkste uitkomsten van de discussie, zet deze op een rij en biedt deze na afloop van het contactmoment aan via de digitale leeromgeving. De geformuleerde standpunten en argumenten kunnen input zijn voor een volgende opdracht of werkvorm. 

Wat doet de student?

  1. De student leest (luistert of kijkt naar) het dilemma en bespreekt deze met de eigen groep. 
  2. De groep zoekt literatuur (in welke vorm dan ook) die het standpunt onderbouwt.  
  3. De studenten discussiëren in hun groep over het dilemma en de gevonden bronnen en stellen argumenten en eventueel één of meer kritische vragen op.  
  4. Elke groep noteert het standpunt, hun argumenten en eventueel vragen, in één gezamenlijk document. 
  5. De groep neemt deel aan de plenaire discussie. Eventueel voert één student het woord namens de eigen groep. 
  6. De studenten reflecteren na afloop van de plenaire nabespreking op het proces en de inhoud. Bij een groot aantal groepen vindt de reflectie niet plenair maar apart in de groepen plaats.

Benodigheden

MSOffice

Variatiemogelijkheden, tips en voorbeelden

  • In plaats van docentgestuurd is deze werkvorm ook te gebruiken bij meer studentgestuurd leren. Hierbij kiest een student, of een groep studenten, een actueel en complex dilemma uit. Een andere mogelijkheid is een actueel dilemma te kiezen dat speelt op de eigen werkplek.  
  • Deze werkvorm is uit te breiden door elke groep argumenten te laten opstellen die  meerdere tegenstrijdige standpunten, onderbouwen. De nadruk ligt dan op het formuleren en verdedigen van diverse standpunten. Een variatie op de argumenten: de groep formuleert de argumenten en zet deze op volgorde. Argument één vindt de groep het meest belangrijk, aflopend naar het minst belangrijk. Op deze manier stimuleer je ook discussie over de waarde van de argumenten in de groep. 
  • Peil vooraf in welk standpunt de student zich (het meest) kan vinden. Op basis hiervan groepen maken. Deel de student in bij de groep tegenovergesteld aan het eigen standpunt. De nadruk komt dan te liggen op het formuleren en verdedigen van een niet-gedragen standpunt.  
  • Indien het kunnen beargumenteren van een standpunt centraal staat bij deze werkvorm, dan is de werkvorm ‘een standpunt innemen’ een alternatief. 

Tips

  • Je kunt vooraf via een stemtool (b.v. de quiztool in Kaltura) peilen welk standpunt de student inneemt. Herhaal de peiling achteraf. Wie is van standpunt veranderd? Bespreek welk argument bepalend was om van standpunt te veranderen. 
  • Deze werkvorm werkt het beste bij maximaal zes groepen in verband met de discussie achteraf. Voorkom dat de discussie tussen de woordvoeders van de groepen te lang wordt. De docent kan eventueel onsite de belangrijkste kernwoorden uit de discussie noteren op een whiteboard. 
  • Deze werkvorm is ook zeer geschikt voor hybride onderwijs. De studenten die online zijn vormen één of meerdere groepen. Van belang is dat de docent de discussie stuurt zodat de groepen die onsite zijn, niet door elkaar praten.  
  • Deze werkvorm is met name geschikt voor maximaal 30 studenten in verband met het actief deel kunnen nemen aan de beschreven plenaire nabespreking in het contactmoment.  

Toegankelijkheid

  • Biedt naast verbale instructie ook een geschreven instructie aan en transcribeer de sessie in de juiste taal. 
  • Stimuleer studenten hun input te delen op een manier die zij het makkelijkst vinden (chat, spraakbericht, etc.). 
  • Aandacht besteden aan de sociale veiligheid binnen een groep is extra belangrijk voor studenten met psychosociale problematiek. 

Bronnen