Docenthandleiding DLWO

Standpunt innemen

Aangepast op

Introductie

Studenten nemen een standpunt in op basis van bepaalde stellingen die ze voorgelegd krijgen en delen hun onderbouwing met elkaar. 

Opbrengst

Studenten worden geactiveerd door te reflecteren op wat ze van iets weten of vinden en dit te beargumenteren op basis van hun kennis over het onderwerp. Ze leren hun kennis om te zetten naar argumenten en leren ook de argumenten van de andere studenten te evalueren op basis van de eigen aanwezige kennis. 

Vanuit Bloom: de student ontleedt argumenten uit de kennis waarover een student beschikt en komt zo tot een conclusie en een oordeel. De werkvorm doet hiermee een beroep op de niveaus analyseren en evalueren.  

Door van elkaar te horen waarom studenten eenzelfde of juist een ander standpunt innemen, leren studenten van en met elkaar. De student koppelt de nieuwe informatie die voortkomt uit de onderbouwing aan wat de student reeds kent en kan (Ambrose et al., 2010), wat bijdraagt aan de opbouw van een cognitief kennissschema.  

Wanneer de docent een authentiek dilemma uit het werkveld gebruikt kan dit studenten helpen om de theorie te leren toepassen in de praktijk (transfer of learning). Daarnaast kan het gebruik van betekenisvolle, authentieke casussen een motiverend effect hebben op de student.

De docent krijgt tot slot inzicht in wat de studenten van een stelling vinden en wat het niveau van hun (voor)kennis is op bepaalde onderwerpen. De docent kan hierdoor de inhoud van de cursus of een contactmoment verder afstemmen op de voorkennis en de studenten zo optimaal begeleiden.   

Wat doet de docent?

  1. De docent bereidt vooraf een aantal stellingen en antwoordopties voor. 
  2. De docent kiest een tool/omgeving waarin: 
    1. stellingen en antwoordopties zichtbaar voor iedereen kunnen worden gedeeld; 
    2. studenten van elkaar kunnen zien welk standpunt ze innemen; 
    3. studenten hierover met elkaar in gesprek kunnen gaan.
  3. Gedurende het onderwijsmoment deelt de docent de stellingen één voor één met de studenten.
  4. Vervolgens laat de docent de studenten een (onderbouwde) positie innemen.  
  5. Tot slot vraagt de docent om toelichting, stimuleert de docent discussie tussen studenten en modereert de docent de discussie (lees hier hoe je een discussie modereert). Let op de sociale veiligheid binnen de groep (lees hier doe je een veilig klimaat kunt stimuleren).
  6. Achteraf kan de docent een samenvatting maken en deze met de studenten delen. 
  7. De docent kan de uitkomsten van de werkvorm gebruiken om de cursus te verfijnen door de inhoud en instructie af te stemmen op de aanwezige voorkennis. 

Wat doet de student?

  1. De student leest of luistert naar de stelling en neemt een positie in en licht op uitnodiging het ingenomen standpunt toe. 
  2. De student neemt actief en op respectvolle wijze deel aan een eventuele discussie.

Benodigdheden

Geen

Variatiemogelijkheden, voorbeelden en tips

Variaties en tips 

  • Je kunt deze werkvorm gebruiken om groepen in te delen, door bijvoorbeeld gelijkgestemden bij elkaar te zetten of juist niet.  
  • Je kunt een student vragen om eventuele discussies te modereren, hiermee oefent een student met een gesprekstechniek (bijvoorbeeld LSD; Luisteren, samenvatten en doorvragen). 
  • Je kunt deze werkvorm ook in een synchrone on-site setting toepassen door de studenten fysiek in de ruimte een standpunt in te laten nemen. Leg dan per antwoordoptie een A4 op de grond waarop de antwoordoptie staat. 
  • Je kunt deze werkvorm inzetten met als doel om onderling kennis te maken. 
  • Je kunt deze werkvorm combineren met een voorbereidingsopdracht waarin studenten zich dienen te verdiepen in een bepaald onderwerp. 
  • Als je verwacht dat (een deel van de) studenten tijd nodig heeft om de onderbouwing voor henzelf op een rij te zetten, dan kunnen de stellingen vooraf gedeeld worden zodat áls een student zich wil voorbereiden deze daar ook de mogelijkheid toe heeft. 
  • Als je verwacht dat studenten geen eigen mening hebben of deze niet willen delen, dan kun je de studenten opdelen in twee groepen die bijvoorbeeld per definitie voor of tegen zijn, eventueel aan de hand van het alfabet. 
  • Als je wilt dat ieder standpunt/antwoordoptie ingenomen wordt en het belangrijk is dat studenten juist ook argumenten leren bedenken vanuit het niet-populaire perspectief dan kun je (een deel van) de studenten zelf een standpunt toebedelen. 
  • Afhankelijk van het totaal aantal studenten of groepjes, kan de docent gebruik maken van breakout-rooms (om b.v. argumenten te formuleren en bespreken) en plenair na te bespreken. 
  • Om meer aandacht te besteden aan de opbouw van goede argumenten, kan de docent studenten vragen een argumentatie-map uit te werken. Ook kan de docent de studenten in een synchroon onderwijsmoment een debat laten voeren met de reeds bedachte argumenten. Studenten leren van het debat om in real-time de argumenten van de tegenpartij te beoordelen en hierop passend te reageren. Meer over deze uitbreiding lees je in de werkvorm ‘deconstructie van redeneringen'.  
    In plaats dat de docent een stelling formuleert, is deze werkvorm te verdiepen door de student (of groep) een stelling te laten formuleren. De stelling kan gericht zijn op een actuele situatie op de eigen werkplek. De student (of groep) formuleert een stelling en stelt argumenten op.  

Voorbeeld

Whitebord met helemaal links een aantal post-its; links van het midden staat de tekst 'eens', rechts van het midden staat de tekst 'oneens'. In het midden staat de tekst: 'Stelling 1: Plak hier je stelling die je hebt voorbereid'.

Figuur 1. Uitgewerkt voorbeeld met de tool Microsoft Whiteboard en antwoordopties 'eens' en 'oneens'. Iedere student heeft een eigen ‘post-it’ en verplaatst deze zelf op het bord. 

Toegankelijkheid

  • Lees de stellingen altijd hardop voor.
  • Vraag studenten waarvoor de gekozen manier van standpunt delen niet werkt om het op een manier te delen die voor hen wel mogelijk is.
  • Zorg dat de instructie ook op papier staat of live getranscribeerd wordt zodat studenten met gehoorproblemen niet worden buitengesloten. 
  • Aandacht besteden aan de sociale veiligheid binnen een groep is extra belangrijk voor studenten met psychosociale problematiek. 

Bron

  • Ambrose, S.A., Bridges, M.W., DiPietro, M., Lovett, M.C. and Norman, M.K. (2010). How does students’ prior knowledge affect their learning? In Ambrose et al. (Eds.), How Learning Works: Seven Research-Based Principles for Smart Teaching (pp. 10-39). Jossey-Bass: San Francisco.