Docenthandleiding DLWO

Hoe houd ik rekening met technologische overwegingen bij synchroon hybride (SHY) onderwijs?

Aangepast op

Technologie speelt een belangrijke rol bij synchroon hybride onderwijs. Het brengt docent en studenten samen en zorgt dat interactie tussen verschillende groepen mogelijk wordt.

Wat houdt het in?

Bij synchroon hybride onderwijs (SHY) neemt een deel van de studenten met de docent onsite deel aan een leeractiviteit, terwijl een andere groep van thuis uit of vanop een andere locatie volgt. In deze setting zal technologie een belangrijke rol spelen om beide groepen studenten te kunnen bereiken en interactie mogelijk te maken. Om een goede match te maken tussen leeractiviteit en technologische uitrusting houd je rekening met de context van de les (onderwijskundig), de lesvorm (didactiek) en de beschikbare infrastructuur en software (technologie). Meer hierover lees je in de Hoe? over de onderwijskundige overwegingen bij synchroon hybride onderwijs en de Hoe? over de didactische aspecten van synchroon hybride onderwijs.

Bij SHY onderwijs wordt het leren georganiseerd in een hybrid virtual classroom. Dit is de combinatie van een fysieke onderwijsruimte met een virtual classroom, waarin synchroon hybride onderwijs plaatsvindt (Last, 2020).  Vooraleer dit gerealiseerd kan worden in de praktijk, zijn er een aantal elementen waarbij stilgestaan moet worden:

  • Eerst zal je moeten controleren of de juiste infrastructuur aanwezig is voor SHY onderwijs. Met infrastructuur wordt de beschikbaarheid en kwaliteit van de netwerken, de toegang tot het internet, de aanwezigheid van MTR-sets of beeldschermen on campus of studiecentra en de randapparatuur bedoelt. In de zes grotere studiecentra (Amsterdam, Rotterdam, Zwolle, Eindhoven, Utrecht & Nijmegen) zijn MTR-sets aanwezig. De afkorting MTR staat voor Microsoft Teams Room. Een MTR-set is een (online) vergaderruimte die speciaal is ingericht om hybride onderwijs via Microsoft Teams te organiseren.  
  • Ook je tools en platformen maken een belangrijk deel uit van synchroon hybride onderwijs. Je laat studenten immers deelnemen aan een virtuele klasruimte en je wil interactie en het gevoel van binding realiseren gedurende je bijeenkomst. Het is daarom aangeraden om stil te staan bij de tools en platformen die ondersteund worden bij de Open Universiteit, alsook de functionaliteiten die deze bieden om het leren van studenten te ondersteunen. Bij de Open Universiteit geldt de regel dat online bijeenkomsten verzorgd worden via de virtuele klas van Kaltura, en dat synchroon hybride lessen plaatsvinden via Teams (omdat je dan gebruik kan maken van een MTR-set).  
  • Tenslotte is het belangrijk om te weten waar je informatie en ondersteuning kan vinden als jij je wilt professionaliseren op technisch vlak of als je simpelweg meer wil weten over de technische uitvoering.  

Wanneer je als docent goed hebt nagedacht over de onderwijskundige en didactische aspecten van je SHY les, maar bovenstaande technologische aspecten aan de wensen overlaten, kan dit voor heel wat frustraties zorgen. Daarom is het belangrijk om elk technologisch aspect goed in kaart te brengen én mee te nemen in je voorbereiding.  

Richtlijnen voor uitvoering

Het is aangeraden dat de docent zicht heeft op verschillende elementen, om SHY op technologisch vlak te kunnen realiseren:

Infrastructuur

  • Zorg voor goede, laagdrempelige techniek, microfoons en camera’s.
  • Ga voor je bijeenkomst kijken welke apparatuur aanwezig is in je lokaal. Test indien nodig een aantal zaken uit. Experimenteer met hard- en software zodat je je zeker voelt om het in te zetten tijdens een contactmoment met studenten.  
  • Indien mogelijk: gebruik meerdere camera’s en microfoons in een lokaal.
  • Verzoek de studenten die online aansluiten om hun camera aan te zetten.
  • Bij een MTR-set, die onsite altijd gecombineerd wordt met een presentatiescherm, kan je via ‘Galerie’ ervoor kiezen om enkel de deelnemers in beeld te laten komen. Ook wanneer je inhoudt deelt via ‘Scherm delen’. De docent en de studenten onsite, zien op de MTR-set enkel de studenten die online deelnemen en niet de gedeelde inhoud (die wordt getoond op het presentatiescherm). De studenten thuis zien de gedeelde inhoud wel nog.  
  • Wanneer de studenten onsite ook deelnemen aan de vergadering via hun eigen laptop, kan je hen vragen hun webcam uit te laten. Zo heb jij als docent een beter overzicht van wie wel en niet enkel online deelneemt. Let hier wel op dat de studenten die ook fysiek aanwezig zijn hun microfoon en luidsprekers dempen om echo te voorkomen.
  • De internettoegang moet gegarandeerd en veilig zijn en de data moeten op een goede plek opgeslagen en beheerd kunnen worden. Ga er niet van uit dat alle studenten die online deelnemen een goede internetverbinding hebben. Houd rekening met mogelijke storingen door bijvoorbeeld je vragen, naast mondeling, ook in de chat te stellen. Je kan mogelijke storingen op het moment van je bijeenkomst opsporen via deze link: https://oustatus.nl/.
  • Ga er vanuit dat stopcontacten jouw gewenste setup in de ruimte mogelijk/onmogelijk kunnen maken. Dit kan je voorkomen door de ruimte vooraf te gaan bekijken of een back-up scenario te bedenken.

Tools en platformen

  • Maak duidelijke afspraken over hoe (via een link of via Cursus Media in Brightspace) en wanneer studenten de virtuele klasruimte (Kaltura of Teams) betreden.
  • Zorg ervoor dat je het gebruikt van externe tools minimaliseert. Bij vragen over tools die niet ondersteund worden door de Open Universiteit, kan je immers niet gegarandeerd verder geholpen worden. Onder ‘tools’ vind je in de Diwi een overzicht van tools die wel door de Open Universiteit ondersteund worden.  
  • Zorg voor een plaats/moment waar studenten terecht kunnen met hun vragen rond een bepaald platform of tool door bijvoorbeeld vijf minuten te blijven hangen na een synchrone bijeenkomst of door een discussieforum in Brightspace in te richten. Ook studenten hebben nood aan hulp en professionalisering.  

Ondersteuningsmogelijkheden

Wees op de hoogte welke ondersteuningsmogelijkheden je hebt als docent. Zo hebben de medewerkers van het expertisecentrum onderwijs (ECO) heel wat synchrone en asynchrone hulpbronnen waar je het antwoord op je vragen kan terugvinden. Daarnaast kan je bij de Servicedesk terecht voor praktische of technische vragen (zoals bijvoorbeeld het wijzigen van rollen in je cursus of het inschrijven van studenten).

Referenties