Een videofragment kan verschillende didactische doelen dienen, denk aan: leerstof verrijken, (denk)processen visualiseren of een onderwerp introduceren.
Wat houdt het in?
Videofragmenten kunnen een waardevolle toevoeging zijn aan onderwijs. Ze kunnen voor verschillende doeleinden ingezet worden en kunnen in verschillende vormen voorkomen. Zo kan een teaservideo een geschikte manier zijn om een nieuw onderwerp te introduceren of kan het in beeld brengen van een handeling inzicht geven in bepaalde denkprocessen van een persoon.
Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van videofragmenten een positieve invloed heeft op leerprestaties, voorbereiding van leermomenten, mentale modelontwikkeling (een mentaal model is een beeld dat iemand in zijn hoofd heeft over hoe iets werkt), kwaliteit van feedback en ervaring van studenten (Ackermans & van Oosterzee, 2023). Videofragmenten maken het mogelijk om procedures en technieken te visualiseren door contextuele en dynamische informatie toe te voegen, die studenten meestal alleen ervaren door live demonstraties. Zo is het lezen van een recept vaak verschillend van het kijken naar iemand die datzelfde recept maakt op televisie. Live demonstraties, waar de docent een bepaalde handeling voordoet (model) en impliciete denkprocessen expliciet benoemt, kosten echter vaak extra tijd en studenten vergeten details. Het bekijken van een videofragment maakt self-pacing (pauzeren, versnellen etc.) mogelijk. Studenten kunnen het materiaal in hun eigen tempo en in hun eigen tijd bekijken (Spanjers, Gog, Wouters & Van Merriënboer, 2012). Studenten kunnen de afspeelsnelheid regelen, kijken wanneer het hen uitkomt en opnieuw kijken als bepaalde delen onduidelijk zijn. Deze voordelen van video kunnen worden versterkt door andere strategieën die goed in je cursus kunnen passen om studenten in een actieve leerstaat te brengen en hun leren met video te verbeteren (Fiorella & Mayer, 2009). Zo kan je bijvoorbeeld richtvragen delen met studenten zodat ze gericht naar de video kunnen kijken. Op deze manier zijn de studenten actief en betrokken tijdens het kijken naar het fragment, wat deels het werkgeheugen kan ontlasten en het opslagen van de info naar het langetermijngeheugen kan bevorderen.
Verder kan gebruik van videofragmenten ook bijdragen aan inclusie; niet alle studenten leren even makkelijk aan de hand van een tekst en nemen leerinhouden makkelijker op als het aan hen uitgelegd wordt aan de hand van een videofragment. Bijkomend kan dit, wanneer de docent zelf de uitleg geeft, bijdragen aan gevoelens van binding, motivatie en betrokkenheid van studenten (Fernandez et al., 2007). Ondanks dat het creëren van een effectief videofragment enigszins tijdsintensief kan zijn, kom je tot een duurzaam product dat op een waardevolle manier, meerdere jaren ingezet kan worden in je onderwijs. Bovendien kan het tonen van een kennisclip je meer tijd besparen dan zelf een concept uit te leggen.
Richtlijnen voor de uitvoering
Didactisch:
- Koppel je video altijd expliciet aan een leerdoel: wat heeft de student geleerd na het bekijken van de video? Als de video niet aan een leerdoel gekoppeld kan worden, dan draagt hij niet bij aan de cursus en kan je hem dus net zo goed weglaten.
- Kies de geschikte vorm: Video’s zijn er in verschillende variante, te verdelen naar vorm (b.v. acteerscene, talking head, interview, PowerPoint, animatie, schermopname) en naar doel (b.v. kennismaking, inleiding, actualiteit, uitleg, voorbeeld, instructie, observatie). Een concrete video is dus steeds een combinatie van een bepaald doel met een bepaalde vorm. Bepaal steeds eerst het doel van elke video, en daarna de geschikte vorm. ECO Media of je contactpersoon kan je helpen in deze keuze.
- Inbedding in de cursus: Gebruik naast een expliciet leerdoel ook relevante instructies of opdrachten die je direct aan de video koppelt. Dit kan gaan om gerichte instructies vooraf, opdrachten/vragen die tijdens de video aan bod komen en verwerkingsopdrachten. Je kan de Kaltura editor gebruiken om quizjes, vragen of reflectiepunten toe te voegen in je video zodat studenten actiever betrokken worden bij het kijken naar de video. Ook kan je ervoor kiezen om je videofragment op te delen in segmenten of hoofdstukken, wat meer structuur biedt voor studenten en zodat zij gericht op zoek kunnen gaan naar informatie.
- De video voldoet aan de cognitieve principes van multimedia learning om goed verwerkt te kunnen worden door de kijker: overbodige informatie wordt weggelaten, er wordt zo weinig mogelijk geschreven tekst getoond en er is een juiste balans en afstemming tussen beeld en geluid. Maak je fragmenten bovendien niet te lang en beperk het aantal woorden per dia.
- Indien je meerdere kennisclips maakt: wees consistent en bouw kennisclips steeds op dezelfde manier op.
Praktisch:
- Breng in beeld wat centraal staat (en richt je presentatie hier ook naar in): Toon de spreker op het moment dat het over de spreker gaat, toon voorbeelden als het om de voorbeelden gaat en toon woorden als het primair om de tekst gaat. Breng deze elementen niet tegelijkertijd in beeld, maar eventueel na elkaar, wanneer de aandacht verschuift van het ene naar het andere element (van de spreker naar de tekst bijvoorbeeld). Het maken van een storyboard kan je hierbij helpen.
- Spreek met zelfvertrouwen en bezieling. Indien je met de autocue werkt, zorg dan dat je spreektaal gebruikt in plaats van schrijftaal. Dat komt natuurlijker over (tip: ChatGPT kan je helpen met het omvormen van een geschreven tekst naar spreektaal). Laat je tekst controleren door een redacteur voor je naar de naar de opnamestudio gaat.
- Laat daarnaast je uiterlijke presentatie (kleding, houding, achtergrond) datgene ondersteunen wat je over wilt brengen. Indien er een green screen gebruikt wordt, kan groene of fel bedrukte kleding het beeld verstoren.
- Voorzie de video van ondertitels of een transcript om de toegankelijkheid te vergroten.
- Denk na over de manier hoe je het videofragment deelt met je studenten (via publieke link of via Kaltura) en zorg ervoor dat studenten vrije toegang hebben tot het fragment en de link werkt.
- Controleer de kwaliteit van je video: Een video heeft ten derde een goede kwaliteit, al is ‘kwaliteit’ een subjectief begrip en is dit afhankelijk van wie de video bekijkt. Er wordt zowel naar didactische als technische aspecten gekeken. Zo is een kwalitatief goede video technisch in orde (denk hierbij aan beeld, (achtergrond)geluid, achtergrond, tempo, lengte, etc.), maar heeft de video ook een duidelijk doel en didactische inbedding in de cursus.
Referenties
- Ackermans, K & van Oosterzee, M. (2023) ‘Instructie Waarom video gebruiken’. Geraadpleegd op 24 januari 2024.
- Femandez, L. (2007). I upload audio therefore I teach. The Chronicle of Higher Education, 53(18)
- Mayer, R. E., Fiorella, L., & Stull, A. T. (2020). Five ways to increase the effectiveness of instructional video. Educational Technology Research and Development, 68(3), 837–852. https://doi.org/10.1007/s11423-020-09749-6
- Spanjers, I. a. E., Van Gog, T., Wouters, P., & Van Merriënboer, J. J. G. (2012). Explaining the segmentation effect in learning from animations: The role of pausing and temporal cueing. Computers & Education, 59(2), 274–280. https://doi.org/10.1016/j.compedu.2011.12.024