Docenthandleiding DLWO

Fishbowl

Aangepast op

Introductie

Een kleine groep studenten (drie tot vijf) voert tijdens een synchroon contactmoment onder begeleiding van een docent een opdracht uit en wordt hierbij geobserveerd door een grotere groep studenten die hetgeen ze waarnemen onder begeleiding van een tweede docent bediscussiëren zonder dat de kleine groep hier hinder van ondervindt. 

De werkvorm is vooral interessant voor leerdoelen die gericht zijn op complex leren; het leren oplossen van problemen en het uitvoeren van complexe taken. 

Opbrengst

De kleinere groep studenten leert door samen aan iets te werken, bijvoorbeeld aan een probleem of een casus. De leeractiviteit voor deze groep studenten bevindt zich op het niveau toepassen van Bloom. Doordat deze groep studenten zelf aan de slag moeten met een opdracht of casus, zullen zij de leerstof actief verwerken (van Oosterzee et al., 2022). Door actief met de opdracht bezig te zijn, en hier feedback op te krijgen, zal deze werkvorm er ook voor zorgen dat de theorie beter begrepen en onthouden wordt.    

De rest van de studenten leert door de kleinere groep te observeren en door met elkaar te discussiëren over wat ze zien. Er is hier sprake van observationeel leren, oftewel, leren door het handelen van een medestudent te observeren. Tijdens het observeren van de groep in het midden analyseren de overige studenten de situatie en het handelen van de medestudenten in het midden en denken zij na over andere, mogelijk meer passende handelingsalternatieven in deze situatie of andere toepassingsmogelijkheden van de theorie. Studenten leren hierdoor meerdere handelingsmogelijkheden. Wanneer de studenten elkaar observeren en (goed onderbouwde) feedback geven heeft deze werkvorm ook betrekking op de niveaus analyseren en evalueren van Bloom.  

Deze werkvorm biedt de docent daarnaast de mogelijkheid om de student te begeleiden en feedback te geven het toepassen van de theorie. En dit op efficiënte wijze, zowel de betreffende studenten die centraal staan tijdens de uitvoer van de opdracht ontvangen feedback, als de studenten die observeren (op hun inbreng).  

Daarnaast kan deze werkvorm bijdragen aan het stimuleren van gevoelens van binding tussen studenten onderling en tussen docent en studenten. Tijdens de werkvorm zullen studenten onderling samenwerken en elkaar van feedback voorzien. Ook is de docent aanwezig, waardoor deze zichtbaar is in de cursus.    

Tot slot kan deze werkvorm een positief effect hebben op de motivatie tot leren onder studenten. Enerzijds door het gebruik van betekenisvolle, authentieke casussen voor opdracht, waardoor de relevantie van de theorie in de praktijk zichtbaar wordt bij de student (Van Oosterzee et al., 2022). Anderzijds doordat gevoelens van binding een motiverend effect kunnen hebben op de student.  

Wat doet de docent?

  1. De docent selecteert of ontwikkelt vooraf een casus of probleem voor de kleinere groep. Ook stelt de docent een passende instructie op en beoordelingscriteria. Tot slot bepaalt de 'mogelijke populatie' (afhankelijk van de setting) die deze groep kan gaan vormen.  
  2. De docent introduceert bij aanvang van het contactmoment de werkvorm en vraagt aan de 'mogelijke populatie' wie er deel wil nemen in de kleinere groep. 
  3. Beide begeleiders instrueren hun groepen afzonderlijk (kleinere en grote groep). 
  4. De docent presenteert de casus aan iedereen en start vervolgens de kleine groep, de grote groep volgt hierna. 
  5. De begeleiding faciliteert de twee groepen: feedback, feedupfeedforwarden neemt de input van de buitenkring hierin mee voor de kleinere groep. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de sociale veiligheid binnen met name de kleine groep. In deze hoe lees je hier meer over.
  6. Tijdens een plenaire nabespreking neemt de begeleider van de kleinere groep de uitwerking door met de studenten. Hierbij stelt de begeleider reflectievragen over de uitkomst en het proces en geeft instructies voor verdere oefening. 
  7. De docent geeft aan waar de uitwerking en eventuele materialen te vinden zijn voor nadere bestudering. 

Wat doet de student?

  1. De student bestudeert de aangeleverde instructie indien dit vooraf gedeeld wordt. 
  2. De student volgt de instructie van de begeleider en neemt actief deel aan de kleinere of grote groep en aan de plenaire nabespreking. 

Benodigdheden

  • Twee begeleiders per fishbowl.

Variatiemogelijkheden, voorbeelden en tips

Deze werkvorm kun je inzetten in verschillende synchrone settings: 

  • Onsite setting: de kleine groep zit in het midden van de ruimte; de grote groep zit/staat op enige afstand er vandaan of bevindt zich in een andere ruimte maar kan wel meekijken/luisteren met de kleine groep. De grote groep communiceert online/digitaal met elkaar, bijvoorbeeld via een discussieforum op Brightspace. Het voordeel van communiceren via een Brightspace discussieforum is dat deze communicatie ook na afloop van de sessie beschikbaar blijft voor iedereen én dat deze communicatie meteen meegenomen kan worden door de begeleider van de kleine groep. Bij de nabespreking is iedereen aanwezig in dezelfde ruimte.
  • Synchroon online: de kleine groep is zichtbaar en hoorbaar voor iedereen. De grote groep is niet zichtbaar en hoorbaar en communiceert via de chatfunctie van de virtuele klas met elkaar of via een discussieforum van Brightspace. Bij de nabespreking is iedereen zichtbaar en hoorbaar. Bij deze variant kun je met break-out rooms meerdere ‘fishbowls’ tegelijkertijd laten uitvoeren. 
  • Synchroon hybride: de kleine groep kan zowel gevormd worden door de studenten die online zijn of onsite zijn. Een mengvorm voor de kleine groep van online en onsite studenten is ook mogelijk. De online studenten die deelnemen zijn dan zichtbaar en hoorbaar voor de studenten die onsite zijn. De online studenten uit de grote groep zijn niet zichtbaar en hoorbaar. Voor de studenten die onsite onderdeel uitmaken van de grote groep gelden dezelfde opties die beschreven staan bij de onsite setting. Een aandachtspunt van deze mengvorm is de begeleiding: iedere (deel)groep dient (afzonderlijk) begeleid te worden. 

Toegankelijkheid

  • Biedt in plaats van alleen een geschreven instructie ook een opgenomen spraakbericht aan, dit is prettig voor studenten met een visuele beperking. Stimuleer studenten hun input te delen op een manier die zij het makkelijkst vinden (chat, spraak etc.) 
  • Een belangrijke voorwaarde voor het oefenen is veiligheid, zeker voor studenten met psychosociale problemen. De docent besteedt hier bij aanvang van de werkvorm aandacht aan, door verwachtingen en gedragsnormen te bespreken. De docent geeft tenminste aan wat het doel is van de fishbowl, dat fouten gemaakt mogen worden en dat wat er tijdens de werkvorm besproken wordt binnen de groep blijft.    
  • De docent biedt structuur aan de studenten die dit nodig hebben door een duidelijk programma te hanteren tijdens de werkvorm. Het aanbieden van de stappen van de werkvorm bijvoorbeeld op een hand-out, biedt studenten tijdens de werkvorm structuur. Tot slot bieden beoordelingscriteria of richtvragen structuur tijdens het observeren en geven van feedback.    
  • Deze werkvorm is auditief en visueel ingesteld en minder geschikt voor studenten met problemen op het gebied van gehoor, spraak en zicht.  
     

Bron

  • Van Oosterzee, M., Stoekenbroek, R., Yilmazturk, E., & Heeroma, N. (2022). (rep.). Een     verkenning op activerend onderwijs. Heerlen.  
  • Open Universiteit, (2022). Online samenwerkend leren. Geraadpleegd op 22 maart 2023, van https://youlearn.ou.nl/web/bison