Introductie
Met de quiz beantwoordt de student diverse vragen, waarna de student (formatieve) feedback ontvangt over diens niveau van kennis en begrip van de theorie. De quiz heeft zowel een activerend karakter (voorkennis) als toetsend.
Opbrengst
Wanneer de quiz bij aanvang van een onderwijsmoment wordt ingezet zorgt deze voor activatie van voorkennis. Door de student vragen te stellen over diens (verwachte) voorkennis, haalt deze op uit het lange termijn geheugen. Doordat de voorkennis actief is in het werkgeheugen, kan nieuwe informatie gemakkelijk geïntegreerd worden in bestaande kennis. Daarnaast kan door de feedback op antwoorden een eventuele misconceptie worden rechtgezet (Ambrose et al., 2010 ; van Oosterzee et al., 2022).
Wanneer de quiz later in de cursus wordt aangeboden kan de quiz helpen om de aangeboden theorie actief te verwerken. De student moet immers de informatie herinneren, begrijpen en wellicht ook toepassen om de quizvragen te beantwoorden. Door deze actieve verwerking onthoudt de student de theorie beter en komen hiaten in het kennisniveau boven, wat voor de student een aanleiding kan zijn om zich beter in bepaalde gedeelten van de theorie te verdiepen.
Vanuit Bloom: het niveau dat van toepassing is bij de ‘quiz’ hangt af van op welk niveau een specifieke vraag een beroep doet. Dit kan variëren van onthouden, begrijpen tot toepassen, analyseren of evalueren.
Wanneer er een authentieke, betekenisvolle casus of werkgerelateerde situatie van de student wordt gebruikt voor de vragen, draagt dat mogelijk bij aan een gevoel van relevantie bij de student (van Oosterzee et al., 2022). Hierdoor wordt de motivatie tot leren vergroot. Dit kan de student helpen om de theorie te leren toepassen in de praktijk (transfer of learning).
Tot slot geeft de ‘quiz’ de student inzicht in hoeverre de student de theorie begrijpt en kan toepassen (formatieve toetsing), waardoor deze het eigen leerproces kan bijsturen. De docent krijgt daarnaast inzicht in hoeverre de studenten de theorie beheersen en dit biedt de mogelijkheid om aanvullende instructie te geven indien dit nodig is.
Wat doet de docent?
- De docent stelt vooraf quizvragen op die aansluiten bij het niveau van de leerdoelen (onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren of toepassen).
- De docent neemt deze vragen op in de Brightspace zelfevaluatie of Brightspace quiz en stelt automatische feedback in.
- De docent neemt de quiz op in de cursusstructuur en stelt de quiz beschikbaar aan studenten.
- (optioneel) De docent bekijkt de test-statistieken, en geeft zo nodig extra uitleg over thema’s waar studenten moeite mee hebben.
Wat doet de student?
- Wanneer de quiz als verwerking van de theorie of als formatieve toets wordt ingezet: de student bestudeert de theorie.
- De student beantwoordt vervolgens de vragen van de quiz.
- De student leest na indiening van diens antwoord(en) de gegeven feedback en past zo nodig diens kennis over de theorie aan.
- (optioneel) De student stelt vragen over de quizvragen en de gegeven feedback indien de student deze niet begrijpt.
Benodigheden
N.v.t.
Variatiemogelijkheden, tips en voorbeelden
- Laat de student zelf quizvragen opstellen. Geef een heldere instructie met duidelijke kaders voor het opstellen van een vraag (over welk thema, type vraag, gericht op begrijpen of toepassen etc.?). Geef inhoudelijke feedback op de opgestelde vragen (studenten leren immers niet om goede quizvragen op te stellen).
- In een synchrone setting kun je een (korte) quiz houden bij aanvang van het onderwijsmoment (activering voorkennis) of bij de afsluiting (toetsing). Quizvragen zijn ook goed te gebruiken ter introductie van een onderwerp.
- 'Iedereen geeft antwoord': in een synchrone setting toont de docent een aantal vragen aan de studenten. Voordat de docent de multiple-choice antwoorden laat zien, laat de docent de studenten eerst (individueel of in duo's) nadenken over het juiste antwoord. Vervolgens laat de docent de antwoordopties zien en beantwoorden alle studenten de vraag. Na het beantwoorden van de vraag geeft de docent inhoudelijk feedback, de docent licht het juiste antwoord toe en legt uit waarom de overige antwoordopties foutief zijn.
Tips
- Maak bij het opstellen van vragen gebruik van multimedia om bijvoorbeeld authentieke casussen op te nemen uit de praktijk. Hiermee maak je het leren voor de student meer relevant, wat motiveert en kan ondersteunen om de koppeling van theorie naar praktijk te maken.
- Neem de quiz op als een zelfevaluatie of test in de Brightspace-omgeving van de cursus, en koppel hier release conditions aan. De uitslag van de zelfevaluatie of test bepaalt of het volgende deel van de cursusstructuur vrijgegeven wordt aan student. Dit kan op het niveau van wel/niet doorlopen, ingediend of een specifieke score. Door gebruik te maken van release conditions dient de student daadwerkelijk de quiz te doorlopen.
- Laat de student niet direct na het lezen van de theorie de vragen beantwoorden, maar geef ze de opdracht om het even te laten liggen en later (na een half uur) de vragen te beantwoorden. De student moet dan namelijk de theorie actief ophalen, wat bijdraagt aan leren (Surma et al., 2019).
Voorbeelden
In de voorbeeldcursus ‘Gezond Eten’ vind je diverse quizzen in de vorm van zelfevaluaties en testen.
Toegankelijkheid
Zorg ervoor dat eventuele media die is opgenomen in de vragen ondertiteld is / er een geschreven alternatief is (transcript) en een alternatieve tekst (Alt-tekst).
Bron
Ambrose, S.A., Bridges, M.W., DiPietro, M., Lovett, M.C. and Norman, M.K. (2010). How does students’ prior knowledge affect their learning? In Ambrose et al. (Eds.), How Learning Works: Seven Research-Based Principles for Smart Teaching (pp. 10-39). Jossey-Bass: San Francisco.
Surma, T., Vanhoyweghen, K., Sluijsmans, D., Camp, C., & Kirschner, P. A. (2019). Wijze lessen. Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Ten Brink uitgevers
Van Oosterzee, M., Stoekenbroek, R., Yilmazturk, E., & Heeroma, N. (2022). (rep.). Een verkenning op activerend onderwijs. Heerlen.